Naar inhoud
Gemeente Mol

Open vuur

Wat?

Aanvraag van een folkloristische activiteit waarbij een open vuur (kampvuur – kerstboomverbranding – Sint Maartenvuur) wordt gemaakt.

Voor wie?

Organisator van dergelijke activiteit.

Voorwaarden?

  • Voorwaarden vuurhaard:
    • Een vuurhaard die omschreven kan worden door een cirkel met een diameter groter dan 2 m is verboden.
    • De stapel brandend materiaal mag nooit hoger zijn dan 1 m.
    • Een vuurhaard, op minder dan 25 m afstandvan bebossingen op minder dan 100 m afstand van  huizen en begroeiingen, is verboden.
    • Elke vuurhaard moet zich op minder dan 60 m bevinden van een plaats waar de brandweervoertuigen zich kunnen opstellen.
    • Een vuurhaard bevindt zich ten minste 24 m van:
      • een andere vuurhaard
      • andere voorraadstapels
      • brandbare materialen, opstellingen en tijdelijke inrichtingen
    • De ondergrond moet vrij zijn van brandbare materialen
  • Voorwaarden brandstof:
    • Enkel onbehandeld hout of een andere vaste natuurlijke brandstof, zoals steenkool of houtskool is toegestaan.
    • Een voorraadstapel brandstof met een diameter groter dan 10 m is verboden.
    • De voorraadstapels/opslagplaatsen bevinden zich ten minste 24 m van een vuurhaard of andere voorraadstapels.
    • De voorraadstapels moeten vlot bereikbaar zijn voor de brandweer.
  • Voorwaarden veiligheidszone vuurhaard:
    • Rond een vuurhaard moet volledig rondom een veiligheidszone van minimaal 6 m breed worden vrijgehouden die op een degelijke manier wordt afgebakend. In deze zone mag geen publiek worden toegelaten.
    • De organisator doet het nodige opdat contact van personen uit het publiek - en in het bijzonder kinderen - met het vuur wordt vermeden.
    • In de veiligheidszone moeten steeds, vanaf het ontsteken en tot het doven van de vuurhaard, minstens twee medewerkers aanwezig zijn die toezicht houden op de brandhaard, de veiligheidszone en de onmiddellijke omgeving. Zij moeten een schop en een drietand met een lange steel ter beschikking hebben. Slechts één van de medewerkers mag brandstof aan de vuurhaard toevoegen. Een tweede medewerker staat uitsluitend in voor het toezicht. Nog andere medewerkers zorgen voor het aanslepen van de brandstof, op vraag van de eerste. Zij betreden de veiligheidszone niet.
    • Aan de rand van de veiligheidszone moeten ten minste 4 ABC-type (poeder of waterig schuim) snelblussers van 1 bluseenheid (conform de norm NBN S 21.014) beschikbaar zijn. In functie van het risico kan de brandweer bijkomende blusmiddelen opleggen.
    • Er moet voldoende water aanwezig zijn hetzij in emmers, maar bij voorkeur via tuinslang of dergelijke, zodat onmiddellijk een efficiënte blussing kan aangevat worden indien nodig.
  • Blusmiddelen:
    • Zijn bedrijfsklaar.
    • Worden op een goed zichtbare en gemakkelijk bereikbare plaats opgesteld.
    • Moeten gebruikt kunnen worden door alle medewerkers (zij moeten kunnen ingrijpen bij het minste gevaar).
    • De organisator moet op eenvoudige vraag een bewijs van nazicht van de blusmiddelen kunnen voorleggen dat niet ouder is dan 12 maanden.
  • Een verbanddoos voor het verlenen van de eerste zorgen en een branddeken dienen aanwezig te zijn. Bijzondere aandacht moet besteed worden aan het materiaal voor het behandelen van brandwonden.
  • De organisator van het open vuur moeten een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering aangaan.
  • Er mogen geen vuurhaarden onbeheerd worden achtergelaten.
  • Bij sterke wind - zelfs kortstondig - moeten alle vuurhaarden gedoofd worden.
  • Bij windsterkte of andere omstandigheden die een negatieve invloed hebben op de veiligheid, dient er onmiddellijk gevolg gegeven worden aan elk verzoek van de burgemeester, brandweer of de politie tot stopzetting van het open vuur wegens dringende redenen.
  • Na afloop van het evenement wordt door de organisator een rondgang uitgevoerd. Alle vuurhaarden moeten worden gedoofd met een overvloedige hoeveelheid water en de resterende brandstof moet zo spoedig mogelijk worden verwijderd. Tot 1 uur na het doven van de laatste vuurhaard voert de organisator een waakdienst uit.
  • Met het oog op het melden van brand of een ongeval moet door een medewerker een mobiel telefoontoestel worden meegedragen.
    • Verwittig 112
      • Beschrijf de noodsituatie.
      • Vermeld de plaats van de noodsituatie.
      • Eventueel het aantal betrokken personen en de aard van de verwondingen.
    • Beëindig de oproep niet zelf. De medewerker van de dienst 112 kan nog bijkomende vragen stellen.

Hoe aanvragen?

Via het e-formulier op onze site. en vraag een machtiging aan bij Agentschap voor Natuur en Bos.  Dit kan via mail naar antanb@vlaanderen.be.  Vergeet geen plannetje mee te sturen van de juiste plaats van het open vuur.

Afhandeling?

Fase

Wie?

Wat?

Te verwachte termijn (te rekenen vanaf de aanvraagdatum)

1. Aanvraag

De organisator

e-formulier +

Plan waarop plaats van de vuurhaard aangeduid wordt

Ten laatste 6 weken voor de activiteit

2. Beslissing

Dienst veiligheid

brief

1 maand

Reglement

  • Veldwetboek art. 89-8° en Strafwetboek van 10 juli 1964 art. 519.
  • Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 99